Uitspraak
200408850/1, heeft overwogen, geen verwerkingsinstallatie is die is ontworpen met het oog op verwijdering van afvalstoffen.
Raad van State
Bij besluit van 2 augustus 2005 maakte de Staatssecretaris bezwaar tegen het voornemen van verzoekster A om 500.000 kilogram zwavelzuur uit te voeren naar verzoekster B in Duitsland. De Staatssecretaris betoogde dat de verwerkingswijze van de afvalstoffen onjuist was ingedeeld als nuttige toepassing (recycling) terwijl het volgens hem om verwijdering ging.
Verzoeksters stelden dat het ging om recycling conform categorie R5 van bijlage IIB van de Richtlijn 75/442/EEG, omdat het zwavelzuur chemisch wordt gesplitst en omgezet in zuivere zwaveldioxide. De Staatssecretaris verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie dat voor de kwalificatie alleen de eerste handeling na overbrenging relevant is, in dit geval de verbranding in een draaitrommeloven.
De Voorzitter oordeelde dat de verbranding niet kan worden aangemerkt als een nuttige toepassing (categorie R1), omdat slechts circa 0,02% van de afvalstoffen organisch is en het merendeel van de energie niet wordt teruggewonnen als brandstof. Daarom was het bezwaar van de Staatssecretaris terecht en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 september 2005.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bezwaar van de Staatssecretaris wordt afgewezen.