Uitspraak
200408053/2door de Voorzitter van de Afdeling, nadat binnen de ingevolge artikel 52, tweede lid, aanhef en onder b, sub 2˚, van de Woningwet geldende termijn een verzoek om voorlopige voorziening was gedaan, is geschorst. Gelet op die bepaling wordt - in lijn met de uitspraken van de Afdeling van 13 oktober 1998 in zaak H01.97.0606, gepubliceerd onder meer in BR 1999, blz. 41, en 4 februari 2004 in zaak no.
200306113/1, aangehecht - overwogen dat de verplichting om de beslissing op de aanvraag om bouwvergunning aan te houden daags na die uitspraak is geëindigd.
200300690/2doet aan het vorenstaande niet af, nu deze uitspraak betrekking heeft op de vraag of het benzinestation als een afzonderlijke inrichting in de zin van de Wet milieubeheer moet worden beschouwd.