ECLI:NL:RVS:2005:AT5680
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen bouwvergunning en bestemmingsplanwijziging in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 7 augustus 2003 vrijstelling van het bestemmingsplan en een bouwvergunning aan Heeren van Utrecht B.V. voor renovatie en bestemmingswijziging van een sociëteitszaal in horeca D (restaurant). Appellant, een omwonende, maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij als belanghebbende niet correct was geïnformeerd over het besluit en dat de publicatie niet voldeed aan de wettelijke eisen. De Raad van State oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan de aanvrager en dat appellant als omwonende niet tot de belanghebbenden behoorde die een afschrift van het besluit moesten ontvangen. De publicatie in "Ons Utrecht" was niet verplicht en vormde geen officiële bekendmaking.
Verder stelde appellant dat het bezwaar tegen het voorbereidingsbesluit ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, maar de Raad oordeelde dat het bezwaar tegen de bouwvergunning onherroepelijk was geworden, waardoor het belang bij beoordeling van het voorbereidingsbesluit was komen te vervallen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond voor het beroep tegen het besluit van 23 november 2003 en niet-ontvankelijk voor het beroep tegen het besluit van 5 februari 2004, en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard voor het beroep tegen het besluit van 23 november 2003 en niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen het besluit van 5 februari 2004; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.