ECLI:NL:RVS:2005:AT5699
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.E.M. Polak
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing energiepremieaanvraag op grond van premieregeling 2003 en bevoegdheidskwestie premieregeling 2002
Appellant heeft op 8 april 2002 een aannemingsovereenkomst gesloten voor isolatiemaatregelen die op 12 juli 2002 zijn opgeleverd. De aanvraag voor een energiepremie werd op 17 juli 2003 ingediend en op 19 februari 2004 door verweerder afgewezen op grond van de premieregeling 2003, die op 16 oktober 2003 was ingetrokken.
Appellant stelde dat zijn aanvraag tijdig was ingediend binnen dertien weken na betaling en dat hij daarom recht had op de premie volgens de premieregeling 2002. Verweerder handhaafde de afwijzing omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de late indiening niet aan hem kon worden toegerekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de afwijzing op grond van de premieregeling 2003 terecht was. Voor zover de aanvraag betrekking had op de premieregeling 2002, betreft het een belastingmaatregel waarover niet verweerder maar de Staatssecretaris van Financiën bevoegd is te beslissen. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en liet het beroep voor zover het de premieregeling 2002 betreft buiten beschouwing, met de verwachting dat verweerder het dossier zal doorzenden aan het bevoegde bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energiepremieaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag op grond van de premieregeling 2002 valt buiten de bevoegdheid van verweerder.