ECLI:NL:RVS:2005:AT8445
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding planschade wegens niet tijdig benutten bouwmogelijkheden
Appellante verzocht de gemeenteraad van Oldenzaal om vergoeding van planschade wegens het vervallen van de mogelijkheid tot realisatie van een tweede bedrijfswoning op haar perceel door een aanwijzingsbesluit van de minister. De raad wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat zij de bouwmogelijkheden niet tijdig had benut en dat de schade niet door het aanwijzingsbesluit was veroorzaakt.
De Raad van State overwoog dat het aanwijzingsbesluit, dat op 18 juni 1992 in werking trad, op 5 juni 1995 verviel omdat de minister niet tijdig een bestemmingsplan had vastgesteld. Aangezien de aanvraag van appellante pas eind 1996/begin 1997 werd ingediend, kon de schade niet aan het aanwijzingsbesluit worden toegerekend. Verder werd geoordeeld dat het niet wijzen op de gevolgen van planologische veranderingen door de raad geen grond bood voor vergoeding.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade wordt bevestigd.