ECLI:NL:RVS:2009:BG9744
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan Heerhugowaard
Appellant heeft de gemeenteraad van Heerhugowaard verzocht om vergoeding van planschade veroorzaakt door de vaststelling van het bestemmingsplan 'Plandeel 3, Stad van de Zon, De Glazen Stad'. Dit plan wijzigt het planologisch regime rondom zijn perceel, waarbij nieuwe woonbestemmingen zijn toegekend.
De gemeenteraad en de rechtbank hebben het verzoek afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de planwijziging in een planologisch nadeliger positie is gekomen. De Raad van State overweegt dat bij de vergelijking van het oude en nieuwe planologische regime moet worden uitgegaan van de maximale mogelijkheden onder het oude regime, ongeacht feitelijke realisatie.
Appellant voerde diverse bezwaren aan, waaronder dat het oude regime geen vrijstelling voor kassen nabij zijn perceel zou toestaan, dat de afstandsregels voor kassen niet juist zijn toegepast, dat de bouwhoogte van bouwwerken onder het oude regime lager was, en dat de WOZ-waarde van zijn perceel is gedaald. De Raad van State verwerpt deze bezwaren, onder meer omdat vrijstelling voor kassen mogelijk was, de afstandsregels niet leiden tot een nadeliger positie, ontheffing voor bouwhoogte kon worden verleend, en een lagere WOZ-waarde niet automatisch een planologische verslechtering betekent.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade bevestigd.