ECLI:NL:RVS:2005:AT8446
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake huursubsidie terugvordering en betalingsregeling
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van huursubsidie over het jaar 1996/1997 aan een wederpartij. De Minister stelde bij besluit van 17 mei 2000 de huursubsidie vast en vorderde een deel terug. Na bezwaar werd een terugbetalingsregeling vastgesteld, die later werd gewijzigd bij een besluit van 25 september 2003. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit wegens onbevoegdheid en overschrijding van de redelijke termijn bij de bezwaarprocedure.
De Minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de behandeling van het bezwaar inderdaad niet binnen een redelijke termijn had plaatsgevonden, maar dat dit geen nadeel voor de wederpartij opleverde. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze geen toepassing gaf aan artikel 8:72, derde lid, en bevestigde het vonnis voor het overige. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak onderstreept het belang van redelijke termijnen, maar ook de mogelijkheid om rechtsgevolgen van een vernietigd besluit in stand te laten als er geen nadeel is.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand ondanks overschrijding van de redelijke termijn.