Uitspraak
200404732/1(AB 2005, 128) is voor het bestaan van concreet uitzicht op legalisatie in het algemeen niet voldoende dat, ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar, een voorontwerp van een bestemmingsplanherziening ter inzage is gelegd. Ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar van 29 september 2003 was een voorontwerp van de bestemmingsplanherziening ter inzage gelegd waarover de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling zich positief had uitgesproken en dat was ingebracht in het overleg als bedoeld in artikel 10 van Pro het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985, maar waarover de PPC op dat moment nog geen advies had uitgebracht. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het op grond van de uitspraak van de Afdeling van 5 december 2001, zaak no. E01.99.0203, in de lijn der verwachting ligt dat goedkeuring zal worden verleend aan de bestemming "kleinschalig vergader- en congrescentrum". De Afdeling heeft immers in die uitspraak geoordeeld dat het gebruik van de [hoeve] als kleinschalig vergader- en cursuscentrum het woongenot en de privacy van [wederpartij] niet behoeft aan te tasten. De Afdeling heeft destijds weliswaar goedkeuring aan het betrokken planonderdeel onthouden, maar uitsluitend omdat de aanduiding op de kaart van de omvang van het centrum niet duidelijk genoeg was om de kleinschaligheid van het centrum te waarborgen. Onder deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat in het onderhavige geval, ten tijde van het nemen van de genoemde beslissing op bezwaar, voldoende concreet zicht op legalisatie bestond.