ECLI:NL:RVS:2005:AU2988
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kosten wegslepen voertuig wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 2 december 2003 het voertuig van appellant laten wegslepen vanwege overtreding van een tijdelijk verbod om stil te staan. Appellant werd geconfronteerd met de kosten van het wegslepen en maakte bezwaar tegen deze kosten. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot bestuursdwang en dat de kosten terecht voor rekening van appellant kwamen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij begrip had voor het wegslepen, maar bezwaar maakte tegen de kosten omdat hij redelijkerwijs niet kon weten dat parkeren op die plek verboden was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college de kostenbeslissing onvoldoende had gemotiveerd en dat de rechtbank dit niet had onderkend. De Afdeling overwoog dat bestuursdwang en kostenverhaal doorgaans samengaan, maar dat het bestuursorgaan in uitzonderlijke gevallen de kosten geheel of gedeeltelijk kan laten vallen, mits dit goed wordt gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en gelastte het college een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de motiveringsvereisten. Tevens moet het college een beslissing nemen over de vergoeding van overige kosten zoals taxivervoer en tijdverlies. Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de kosten van het wegslepen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.