ECLI:NL:RVS:2005:AU4164
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Cleton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ontgrondingsvergunning voor aanleg hengelsportvijvers
Verweerder heeft op 28 januari 2005 een vergunning verleend aan vergunninghouder voor het ontgronden van percelen ten behoeve van de aanleg van hengelsportvijvers. Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit, onder meer vanwege de bouw van een voorzieningengebouw, de economische haalbaarheid van het plan, het ontbreken van degelijk onderzoek naar flora en fauna, en mogelijke nadelige effecten op de bedrijfsvoering van een nabijgelegen agrarisch bedrijf.
De Raad van State overwoog dat de bezwaren tegen de bouw van het voorzieningengebouw en de vrijstelling op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening onderdeel zijn van een aparte procedure en buiten beschouwing blijven. Het standpunt van verweerder dat het plan economisch haalbaar is, werd niet onredelijk bevonden. Ook was er geen aanleiding om te twijfelen aan het onderzoek naar beschermde plant- en diersoorten.
Verder kunnen bezwaren over het gebruik van de percelen na ontgronding niet worden meegewogen bij de vergunningverlening. Gelet op deze overwegingen concludeert de Raad dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontgrondingsvergunning wordt ongegrond verklaard.