Uitspraak
200105714/1, moet dit onderdeel van de toelichting, voorzover daarnaar in artikel 4 van Pro het Reglement wordt verwezen, gelet op artikel 184, vierde lid, eerste volzin, van de WPO en in aanmerking genomen dat het zich, gezien de aard en bewoordingen ervan, daarvoor leent, als algemeen verbindend voorschrift worden aangemerkt. Uit deze uitspraak volgt eveneens dat, gelet op de bewoordingen van categorie IV-A, slechts aan de inspanningsverplichting is voldaan indien outplacement is aangeboden, dan wel alle andere in deze categorie genoemde inspanningen zijn verricht.
200105435/1, mag, naar uit de toelichting op artikel 4 van Pro het Reglement blijkt, weliswaar van het betrokken personeelslid verwacht worden dat deze de nodige inspanning verricht tot het behoud van werk, doch staat in het kader van de instroomtoets als hier aan de orde de inspanning van de werkgever centraal. Het had dan ook op de weg van appellante gelegen om zich ervan te vergewissen dat betrokkene zich tijdig tot het CWI had gewend. De voormelding bij Loyalis Mens en Werk heeft appellante weliswaar verricht, maar de ontvangst van het Formulier voormelding dreigend ontslag werd eerst op 11 november 2003, ruim vier maanden na de ontslagdatum van 1 juli 2003, door Loyalis bevestigd. Appellante heeft niet betwist dat de voormelding te laat is gedaan. Verweerster heeft zich dan ook op goede gronden op het standpunt gesteld dat appellante niet heeft aangetoond dat aan genoemde verplichting is voldaan. Hieraan kan het door appellante overgelegde reïntegratieplan, dat op 13 juni 2001 voor de leerkracht is opgesteld, niet afdoen. Appellante heeft niet betwist dat zij na het opstellen van dit plan tot aan het ontslag op 1 juli 2003 geen aantoonbare inspanningen heeft verricht.