Uitspraak
200500997/1is gebleken dat de selectie van de te weigeren documenten tijdens de bezwaarprocedure tot stand is gekomen in overleg tussen de voorzitter van de bezwaarschriftencommissie en de behandelende ambtenaar. De Afdeling is echter van oordeel dat, hoewel het ter zitting bij de rechtbank gevoerde betoog van appellante grondslag vindt in stukken die zij tijdig aan de rechtbank heeft toegezonden, niet kan worden geoordeeld dat appellante dit betoog niet eerder, bijvoorbeeld als aanvullende beroepsgrond in de brieven van 4 en 9 maart 2005, had kunnen aanvoeren. De rechtbank heeft dit betoog derhalve terecht buiten beschouwing gelaten.