ECLI:NL:RVS:2019:1633
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering openbaarmaking beoordelingsformulieren en gespreksverslagen Universiteit Amsterdam
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van het personeelsdossier van een ambtenaar die in september 2010 als secretaris werkzaam was bij de Universiteit van Amsterdam. Het college van bestuur weigerde dit verzoek, met uitzondering van het functieprofiel, en handhaafde deze weigering bij besluit van 3 juli 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond voor zover het functieprofiel niet openbaar was gemaakt, maar oordeelde dat het college de weigering tot openbaarmaking van het personeelsdossier voldoende had gemotiveerd.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college onvoldoende per document had gemotiveerd waarom openbaarmaking werd geweigerd en dat de rechtbank ten onrechte aannam dat beoordelingsformulieren en gespreksverslagen niet onder het college berusten. De Afdeling oordeelde dat het college terecht kon volstaan met een algemene motivering vanwege herhalingen en het rechtspositionele karakter van de documenten. Echter, het college had onvoldoende maatregelen genomen om vernietiging van de beoordelingsformulieren en gespreksverslagen na het Wob-verzoek te voorkomen. Deze documenten waren na het besluit van 3 juli 2017 alsnog vernietigd.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college voor zover het de weigering van openbaarmaking van de beoordelingsformulieren en gespreksverslagen handhaafde. Omdat de documenten niet meer beschikbaar zijn, hoeft het college niet opnieuw op het bezwaar te beslissen. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college van bestuur wordt vernietigd voor zover het weigert beoordelingsformulieren en gespreksverslagen openbaar te maken vanwege onrechtmatige vernietiging.