Uitspraak
200402071/1) heeft de Afdeling overwogen:
200204616/1) kunnen voor de beantwoording van de vraag of (een aanzet tot) een reëel grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig is verschillende omstandigheden een rol spelen, zoals onder meer de veebezetting, het grondareaal, de intentie waarmee de agrarische activiteiten worden ondernomen, de tijd die hieraan wordt besteed en de al of niet agrarische herkomst van de betrokkene. De Afdeling merkt hierbij op dat ter zitting is komen vast te staan dat uit de agrarische activiteiten geen volwaardig inkomen wordt verworven, maar dat de inkomsten uit die activiteiten wel voor een belangrijk deel bijdragen aan het inkomen van appellanten. Niet is gebleken dat verweerder bovenstaande omstandigheden bij zijn afweging heeft betrokken.