Uitspraak
200500809/1bestaat bij de beantwoording van de vraag of het dagelijks bestuur het voorgenomen gebruik terecht aan het bestemmingsplan heeft getoetst geen plaats voor de door appellante voorgestane indringende toetsing van de juistheid van de bepaling die in dit plan ten aanzien van het betrokken perceel is opgenomen. De mogelijkheid om in het kader van een procedure die is gericht tegen een besluit omtrent aanzegging van bestuursdwang de gelding van de toepasselijke bestemmingsplanbepaling aan de orde te stellen, strekt niet zover dat het desbetreffende onderdeel van het bestemmingsplan aldus opnieuw kan worden onderworpen aan de bij de goedkeuring van dat plan te hanteren toetsingsmaatstaf.