Uitspraak
200410050/1, het tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard omdat er concreet uitzicht op legalisatie bestond.
200307086/1, vernietigd.
200410056/1, vernietigd.
Raad van State
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel om bestuurlijke handhavingsmaatregelen te treffen tegen een inrichting op een perceel te [plaats]. Dit verzoek werd bij besluit van 30 september 2004 afgewezen. Na een bezwaarprocedure werd het bezwaar ongegrond verklaard. Appellanten stelden beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit moest worden beoordeeld naar het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van de wijzigingen in de Wet milieubeheer en het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. De Afdeling constateerde dat er sprake was van een illegale situatie in strijd met artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer, maar dat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden.
Echter, verweerder had reeds een revisievergunning verleend en een aanvraag voor een uitbreidingsvergunning lag voor, waardoor concreet uitzicht op legalisatie bestond. De Afdeling bevestigde dat het bestuursorgaan in beginsel moet handhaven, tenzij bijzondere omstandigheden zoals concreet uitzicht op legalisatie of disproportionaliteit van handhaving aanwezig zijn.
Gezien het gezag van gewijsde van eerdere uitspraken en het feit dat de illegale activiteiten in de verleende revisievergunning werden geregeld, oordeelde de Afdeling dat het verzoek om handhaving terecht was afgewezen en het bezwaar terecht ongegrond verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het verzoek tot handhaving is ongegrond verklaard vanwege concreet uitzicht op legalisatie.