Uitspraak
200204721/1, AB 2003, 379), heeft de minister bij de toepassing van artikel 10 van Pro de RWN beoordelingsruimte waarvan de invulling primair tot zijn verantwoordelijkheid behoort. De enkele omstandigheid dat appellant, naar hij stelt, erg lang heeft moeten wachten op de behandeling van voornoemde aanvraag, maakt niet dat de minister een bijzonder geval als bedoeld in artikel 10 van Pro de RWN behoorde aan te nemen. Hierbij heeft de minister in aanmerking kunnen nemen dat vragen omtrent toelating in beginsel in een procedure op de voet van de Vreemdelingenwet 2000 thuishoren. Voorts heeft de minister in hetgeen de vreemdeling heeft aangevoerd over de informatieverstrekking door de gemeente - wat daarvan ook zij - evenmin grond hoeven vinden voor het oordeel dat sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in voormeld artikel.