ECLI:NL:RVS:2006:AY5520
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake subsidie Europese Sociaal Fonds en terugvordering
De zaak betreft het hoger beroep van de gemeente Rotterdam en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar van de gemeente tegen terugvordering van subsidies uit het Europees Sociaal Fonds gegrond verklaarde.
De subsidies waren toegekend voor diverse projecten in 1998 en 1999, maar later op nihil gesteld vanwege onvoldoende naleving van administratievoorschriften. De rechtbank oordeelde dat de Minister onvoldoende had onderzocht of de administratieve gegevens alsnog een basis vormden voor vaststelling van een gewijzigd subsidiebedrag.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de Minister wel bevoegd is besluiten te nemen op grond van de ESF-regeling en dat het voeren van een aparte projectadministratie een wezenlijke verplichting is. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de vaste gedragslijn van de Minister om administratieve gegevens die pas in bezwaar worden overgelegd buiten beschouwing te laten, heeft miskend.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de Minister gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor verdere behandeling van de materiële bezwaren. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.