Uitspraak
200502846/1waarnaar de minister verwijst, de bekostiging in dit geval enkel is gebaseerd op nationaal recht en het voorts niet gaat om een aanvraag om bekostiging uit beperkte middelen waarop ook derden aanspraak kunnen maken.
Raad van State
De minister stelde bij besluit van 15 februari 2010 de rijksbijdrage inburgering nieuwkomers voor 2006 vast op €0,00 en vorderde het voorschot van €45.460,00 terug van de gemeente Aalburg. De minister baseerde dit op de bijlage bij de jaarrekening 2008 waarin geen beschikkingen en verklaringen waren opgenomen. Aalburg stelde dat zes beschikkingen en vier verklaringen waren afgegeven en ontvangen, maar verkeerd waren gerubriceerd.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van Aalburg gegrond en stelde een terugvordering van €27.010,00 vast. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister de gegevens van Aalburg alsnog had moeten betrekken bij de heroverweging, omdat de verantwoordingsinformatie tijdig was aangeleverd, zij het in een verkeerde rubriek.
De Raad van State vernietigde het besluit van 4 mei 2010 en het eerdere besluit van 15 februari 2010, stelde de rijksbijdrage vast op €36.900,00 (6 beschikkingen x €2.050 + 4 verklaringen x €6.150) en bepaalde dat na verrekening met het voorschot van €45.460,00 een bedrag van €8.560,00 moet worden teruggevorderd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €874,00.
Uitkomst: De rijksbijdrage inburgering nieuwkomers 2006 voor gemeente Aalburg wordt vastgesteld op €36.900,00 met een terugvordering van €8.560,00.