ECLI:NL:RVS:2006:AY8507
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.M.A. Claessens
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vergoeding tijdelijke derving recreatiegenot door bouwwerkzaamheden Betuweroute
De Minister van Verkeer en Waterstaat wees een verzoek tot schadevergoeding af van een voormalig eigenaar van een recreatiewoning die schade ondervond door het onherroepelijke Tracébesluit Betuweroute en de daaruit voortvloeiende bouwwerkzaamheden. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit van de Minister.
De Minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had of de tijdelijke derving van recreatiegenot en de verkoopschade voor vergoeding in aanmerking kwamen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde zelf de zaak.
De Raad concludeerde dat de waardevermindering van de recreatiewoning geen duurzaam karakter had en daarom niet voor vergoeding in aanmerking kwam. Ook was de verkoopschade niet rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de bouwwerkzaamheden. Wel werd vastgesteld dat de tijdelijke derving van recreatiegenot het normale maatschappelijke risico te boven ging, aangezien de recreatiewoning gedurende tien maanden per jaar niet of nauwelijks gebruikt kon worden door ernstige overlast en verslechterde bereikbaarheid.
De Raad hanteerde de huurwaardemethode om de vergoeding te bepalen en kende verzoeker een bedrag van € 2.155,46 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 maart 2000. De overige bezwaren werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van € 2.155,46 plus wettelijke rente voor tijdelijke derving van recreatiegenot; overige schadeclaims worden afgewezen.