ECLI:NL:RVS:2006:AY9857
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijstellingsbesluit groothandelstuincentrum
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen verleende op 15 juni 2004 een vrijstelling voor een groothandelstuincentrum op een perceel te Hoogeveen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het college gebruik mocht maken van een verklaring van geen bezwaar van het college van gedeputeerde staten van Drenthe.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid' door de gemeenteraad van Hoogeveen was vastgesteld en door het college van gedeputeerde staten van Drenthe was goedgekeurd, waarbij het perceel de bestemming 'Landelijk Gebied II' met aanduiding 'Tuincentrum' kreeg. Dit bestemmingsplan is in werking getreden en er zijn geen rechtsmiddelen tegen het goedkeuringsbesluit ingesteld.
Omdat de bedrijfsactiviteiten op het perceel met het bestemmingsplan in overeenstemming zijn, is voor het uitoefenen van deze activiteiten geen vrijstelling meer vereist. Hierdoor bestaat geen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het vrijstellingsbesluit. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestemmingsplan in werking is getreden en geen vrijstelling meer vereist is.