ECLI:NL:RVS:2006:AY9917
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Op 3 juni 2005 legde de staatssecretaris een bestuurlijke boete van €24.000 op aan Kwekerij Avance B.V. wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete gehandhaafd, maar de rechtbank 's-Gravenhage mat de boete op €16.000 en verklaarde het beroep van appellante gegrond. Zowel de staatssecretaris als appellante stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Vervolgens beoordeelde de Raad het hoger beroep van appellante inhoudelijk. Appellante voerde aan dat haar geen verwijt kon worden gemaakt omdat zij de identiteit van de vreemdelingen had vastgesteld aan de hand van originele identiteitsdocumenten. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellante dit niet aannemelijk had gemaakt, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen van de bestuurder en de vreemdelingen zelf.
De Raad bevestigde dat het zonder tewerkstellingsvergunning laten verrichten van arbeid door vreemdelingen voor rekening en risico van appellante komt. Ook het beroep op matiging van de boete faalde omdat de rechtbank de boete had vastgesteld volgens de beleidsregels en de Tarieflijst. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellante af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is niet-ontvankelijk verklaard en de boete van €16.000 aan Kwekerij Avance B.V. is bevestigd.