Uitspraak
200506722/1volgt dat uit de Richtlijn veehouderij en stankhinder een toereikend beschermingsniveau voortvloeit in het geval bij de afstandbepaling door middel van het hanteren van de minimaal aan te houden vaste afstanden bij nertsen wordt uitgegaan van het emissiepunt van de mechanische ventilatie, zijnde de dichtstbijzijnde ventilatoruitlaat. Voorwaarde daarbij is wel dat het mechanisch ventilatiesysteem in staat is te waarborgen dat geen grote hoeveelheid stankdragende lucht door andere openingen dan de ventilatoruitlaat zal uittreden. Nu in de hier van toepassing zijnde Regeling wat het thans vergunde veebestand betreft sprake is van dezelfde te hanteren vaste afstanden als uit de Richtlijn veehouderij en stankhinder voortvloeien, ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel.