Uitspraak
200607108/1en 14 november 2007 in zaak nr.
200703589/1) aannemelijk dat Meijer weliswaar over beide installaties zeggenschap heeft en dat de installaties in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, maar dat geen zodanige technische, organisatorische of functionele bindingen aanwezig zijn dat deze tezamen als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer moeten worden beschouwd. Ook in zoverre is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
200602240/1). Gelet daarop acht de voorzitter het vooralsnog aannemelijk dat de Afdeling zal concluderen dat het college mocht uitgaan van de juistheid van het onderzoeksrapport van 23 augustus 2007.