ECLI:NL:RVS:2006:AZ3715
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- A. Kosto
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vergunning uitbreiding zandwinning Oude Vaart te Kloosterhaar
Bij besluit van 27 oktober 2005 verleende de provincie Overijssel een vergunning aan de vergunninghoudster voor de uitbreiding van de voormalige zandwinning Oude Vaart te Kloosterhaar. Appellanten stelden dat hun belangen onvoldoende waren betrokken en dat de vergunning in strijd was met diverse beleidsregels en het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat de aanvraag centraal staat en dat het perceel van appellant niet in de aanvraag was opgenomen, waardoor dit terecht buiten beschouwing bleef.
De Raad nam kennis van het hydrologisch onderzoek waaruit bleek dat de effecten op de landbouwopbrengsten minimaal zijn en dat de voorschriften omtrent waterpeilmetingen en compensatie van nadelige effecten voldoende waarborgen bieden. Verder werd geoordeeld dat de vergunning niet in strijd is met het provinciaal beleid, waaronder het streekplan en het korte-termijnbeleid, en dat de aardkundige waarden adequaat worden beschermd door voorschriften in de vergunning.
Ten aanzien van de bezwaren over hinder en verkeersveiligheid stelde de Raad dat deze aspecten primair onder de milieuwetgeving vallen en dat de nieuwe ontsluiting via de Verlengde Broekdijk naar verwachting geen onoverkomelijke problemen oplevert. Ook werd vastgesteld dat de hoeveelheid te ontgraven grondspecie duidelijk is omschreven. De Raad concludeerde dat de belangenafweging zorgvuldig en rechtmatig is gemaakt en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor de uitbreiding van de zandwinning Oude Vaart worden ongegrond verklaard.