ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Afwijzing intrekking milieuvergunning manege wegens bedrijfswoning
Appellanten verzochten om intrekking van de milieuvergunning die aan een vergunninghouder was verleend voor een manege op een perceel in een plaats. Verweerder wees dit verzoek af, waarna appellanten beroep instelden bij de Raad van State.
Verweerder stelde dat appellanten niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt omdat hun woningen buiten de stankcirkel lagen. De Raad oordeelde echter dat appellanten wel belanghebbenden zijn omdat zij milieugevolgen kunnen ondervinden, ongeacht de afstand tot de stankcirkel.
Het geschil spitste zich toe op de kwalificatie van een woning op het perceel als bedrijfswoning dan wel burgerwoning. Verweerder had de woning als bedrijfswoning aangemerkt, mede omdat de verhuur aan derden zou worden beëindigd na inwerkingtreding van de inrichting. De Raad vond dat verweerder het verzoek tot intrekking van de vergunning daarom terecht had afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de afwijzing van hun verzoek tot intrekking van de milieuvergunning is ongegrond verklaard.