ECLI:NL:RVS:2007:AZ7872
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing vreemdelingenbewaring wegens twijfel aan nationaliteit
De vreemdeling werd op 16 november 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege ernstige twijfel over zijn Portugese nationaliteit, gebaseerd op een proces-verbaal waarin werd vermeld dat hij onder een andere identiteit in Singapore voorkomt. De rechtbank 's-Gravenhage had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de voorlopige hechtenisvoorwaarden geen belemmering vormden voor uitzetting en dat het Openbaar Ministerie geen bezwaar had tegen de bewaring en uitzetting. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Daarnaast werd overwogen dat de minister niet verplicht was om de authenticiteit van het Portugese paspoort nader te onderzoeken zolang concrete aanwijzingen bestonden die ernstige twijfel aan de nationaliteit rechtvaardigden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de vreemdelingenbewaring rechtmatig blijft.