Uitspraak
200506294/1(AB 2006, 236) aangevoerd dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college niet bevoegd was toepassing te geven aan artikel 19, tweede lid, van de WRO.
200306687/1(BR 2005, p. 29) biedt de tekst van artikel 19, tweede lid, van de WRO noch de parlementaire geschiedenis aanknopingspunten voor het oordeel dat het tweede lid niet ziet op grote projecten als het onderhavige.
200501043/1(AB 2006, 114).
200305190/1(BR 2004, blz. 756) komen de vragen of voor de uitvoering van het bouwplan ontheffingen nodig zijn op grond van de Flora- en faunawet, en zo ja, of deze ontheffingen kunnen worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Flora- en faunawet. Dat doet er niet aan af dat het college geen vrijstelling voor het bouwplan had kunnen verlenen indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat. Uit het rapport "Ecologische toetsing bestemmingsplan Treslong, omgeving Parklaan Gemeente Hillegom" van "Jos Rademakers Ecologie en Ontwikkeling" (hierna: Jos Rademakers) van 30 januari 2003, de daarbij behorende aanvullende brieven van 2 februari 2005 en 1 april 2005 en het "Verslag vervolgonderzoek vleermuizen Treslonggebouw Hillegom" van "Crex ecologisch juridisch advies" van 23 juni 2005 volgt dat voor het project geen ontheffing als bedoeld in artikel 75 van Pro de Flora- en faunawet vereist is. Naar aanleiding van het door de "Stichting Anemoon" in opdracht van appellant sub 1 ingestelde onderzoek naar de Treslong-vijver, heeft Jos Rademakers in het rapport "Ecologische toetsing project "De Marel", Voormalig Treslong terrein te Hillegom" van 14 april 2006 enkele voorzorgsmaatregelen voor de Treslong-vijver voorgesteld die schade in de zin van de Flora- en faunawet nagenoeg geheel kunnen voorkomen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn in de beslissing op bezwaar van 25 juli 2006 als voorwaarde aan de verleende vrijstelling verbonden. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de Flora- en faunawet niet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan en daarmee aan de verlening van de vrijstelling in de weg staat. Het betoog faalt derhalve.