Uitspraak
200601984/1(AB 2007, 24) vloeit uit de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wpolr voort dat deze wet voor de verstrekking van gegevens een gesloten systeem kent. De bij deze wet of bij daarop gebaseerde Algemene maatregel van bestuur gestelde regels, waarmede het reglement, als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wpolr, in overeenstemming dient te zijn, geven tezamen een uitputtende regeling (TK 1985-1986, 19 589, nr. 3, p. 9).
200600141/1opgenomen oordeel dat het begrip persoonsgegeven zich, gelet op het element "identificeerbare" in de definitie van persoonsgegeven in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wbp, niet beperkt tot de vermelding van personalia van bijvoorbeeld een gehoorde en diens hoedanigheid en dat het relaas van een verhoor, voor zover dit gegevens bevat die herleidbaar zijn tot de gehoorde of degene over wie wordt verklaard, moet worden begrepen onder het begrip persoonsgegeven. Indien stukken niet alle en niet geheel bestaan uit informatie waaruit kan worden afgeleid welke persoon aan het woord is of over wie wordt verklaard, moet het mogelijk worden geacht de stukken zodanig te schonen, dat daaruit vervolgens niet meer kan worden afgeleid wie over wie welke verklaring heeft afgelegd.