Uitspraak
200601984/1(AB 2007, 24) is, wanneer een besluit op bezwaar door de rechter wordt vernietigd, dat in de regel aanleiding om een proceskostenveroordeling ten laste van het verwerende bestuursorgaan uit te spreken, voor zover sprake is van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 25 oktober 2006 in zaak no.
200600466/1, 200600467/1 en 200600468/1volgt niet dat die vergoeding achterwege blijft indien de gestelde kosten niet met nadere stukken zijn gestaafd, doch dat dan de reiskosten worden bepaald op de kosten van het reizen per openbaar vervoer en de verletkosten worden bepaald overeenkomstig het laagste tarief dat is vermeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Afdeling ziet geen grond waarop in dit geval van voormeld uitgangspunt mocht worden afgeweken en is van oordeel dat, nu [appellant sub 1] heeft verzocht om vergoeding van reis- en verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting, de rechtbank de korpsbeheerder had moeten veroordelen in die kosten. Het betoog slaagt.
200604543/1, moet het, indien stukken niet alle en niet geheel bestaan uit informatie waaruit kan worden afgeleid welke persoon aan het woord is of over wie wordt verklaard, mogelijk worden geacht de stukken zodanig te schonen, dat daaruit vervolgens niet meer kan worden afgeleid wie over wie welke verklaring heeft afgelegd. Hieruit volgt dat de korpsbeheerder openbaarmaking van de in het geding zijnde documenten niet integraal op grond van de Wpolr heeft mogen weigeren.