ECLI:NL:RVS:2007:BA1658
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek rijgeschiktheid na vaststelling te hoog ademalcoholgehalte
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 8 maart 2006 een onderzoek naar rijgeschiktheid op vanwege een ademalcoholgehalte van 1080 microgram per liter uitgeademde lucht, vastgesteld bij een aanhouding op 22 december 2005 wegens overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR werd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat het ademalcoholgehalte niet als grondslag kon dienen omdat hij niet was gewezen op de mogelijkheid van een tegenonderzoek, terwijl hij de uitslag van de ademanalyse betwistte. Dit leidde ertoe dat het Openbaar Ministerie in de strafprocedure niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad van State oordeelde echter dat dit niet afdoet aan het bestuursrechtelijke vermoeden dat uit het ademalcoholgehalte kan worden afgeleid en dat de voorzieningenrechter terecht ook getuigenverklaringen over slingerend rijgedrag heeft meegewogen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot oplegging van het onderzoek naar de rijgeschiktheid wordt bevestigd.