ECLI:NL:RVS:2008:BC7141
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat staatssecretaris terecht verblijfsvergunning asiel heeft geweigerd aan vreemdeling uit Liberia
De vreemdeling uit Liberia had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie op 20 april 2007 werd afgewezen. De rechtbank ’s-Gravenhage had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de zwaarwegendheid van de feiten en omstandigheden diende te beoordelen. De feiten die de vreemdeling had aangevoerd, waaronder zijn betrokkenheid bij gebeurtenissen in Liberia en de moord op zijn buurman, waren geloofwaardig maar niet voldoende om te concluderen dat hij persoonlijk in negatieve belangstelling stond van de LURD-rebellen.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij risico liep bij terugkeer. Ook het argument dat de moord op zijn buurman de directe aanleiding was voor zijn vertrek werd verworpen, omdat hij Liberia pas acht maanden na die gebeurtenis verliet en dit niet als directe reden had opgegeven.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning gehandhaafd.