Uitspraak
200602308/1, AB 2007, 95).
200404617/1(AB 2005, 333) dient voor het bepalen van de drempelwaarde als bedoeld in het Besluit m.e.r. te worden uitgegaan van het aantal aangevraagde of vergunde dieren en niet van het aantal dierplaatsen.
Raad van State
Bij besluit van 22 augustus 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders Steenwijkerland een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een varkenshouderij met bovengrondse opslag van dieselolie. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat een milieu-effectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld vanwege de nabijheid van de Natura 2000-gebieden 'de Weerribben' en 'de Wieden'. Tevens betwistten zij de toepassing van de beste beschikbare technieken (BBT) voor ammoniakemissie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de drempelwaarde voor het opstellen van een MER niet werd overschreden, en dat de bijzondere omstandigheden niet tot een andere beoordeling leidden. Daarnaast werd geoordeeld dat toetsing aan de Habitatrichtlijn bij de Wet milieubeheer niet aan de orde was, maar bij de Natuurbeschermingswet 1998. De vergunningverlening was derhalve niet onrechtmatig.
Verder werd vastgesteld dat de vergunde stalsystemen gangbare technieken zijn die voldoen aan de emissie-eisen en als BBT kunnen worden beschouwd, ondanks het bestaan van alternatieve systemen zoals luchtwassers. Andere aangevoerde bezwaren, zoals effecten op toerisme en bestemmingsplan, hadden geen betrekking op milieubelangen en konden niet tot vernietiging leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.