ECLI:NL:RVS:2007:BA8121
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale zaag- en kloofactiviteiten en overkapping op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde appellant een last onder dwangsom op om bedrijfsmatige zaag- en kloofactiviteiten en opslag van hout op een perceel te staken, evenals de verwijdering van zonder bouwvergunning gerealiseerde overkappingen. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de activiteiten en overkappingen onder het overgangsrecht vielen, omdat deze reeds bestonden bij het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de omvang van de activiteiten op de peildatum groter was dan toegestaan volgens de milieuvergunning. Ook was de overkapping niet aantoonbaar aanwezig op de peildatum en was deze zonder vereiste bouwvergunning gerealiseerd.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak. Het college mocht handhavend optreden omdat het gebruik en de bouw in strijd waren met het bestemmingsplan en de Woningwet. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhavend optreden onnodig maakten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit van het college is bevestigd.