ECLI:NL:RVS:2007:BA8123
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.J.M. Mathot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR over onderzoek rijvaardigheid wegens onvoldoende motivering
Appellant werd door het CBR verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid op grond van een vermoeden dat hij niet langer over de vereiste rijvaardigheid beschikte. Dit vermoeden was gebaseerd op een mutatierapport van de politie waarin werd vermeld dat appellant op een snelweg met een hoge snelheid inhaalde en 146 km/u reed.
Appellant betwistte dat het mutatierapport voldoende was om het vermoeden te rechtvaardigen en stelde dat het CBR aanvullend onderzoek had moeten doen. De voorzieningenrechter had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat het mutatierapport niet ondertekend was en onvoldoende details bevatte over het rijgedrag van appellant, zoals of het inhalen in strijd was met verkeersregels. Hierdoor was het besluit van het CBR onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het CBR, en veroordeelde het CBR tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het CBR om appellant te verplichten mee te werken aan een onderzoek naar rijvaardigheid wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.