Uitspraak
200400090/1(AB 2004, 349) kan, waar het gaat om beroepshalve functioneren van ambtenaren, slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat het ten aanzien van zodanig functioneren in beginsel geen beroep kan worden gedaan op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob, maar dat dit anders ligt indien het betreft het openbaarmaken van namen van de ambtenaren. Namen zijn immers persoonsgegevens en het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan zich tegen het openbaarmaken daarvan verzetten. Voorts is van belang dat het hier niet gaat om het opgeven van een naam aan een individuele burger die met een ambtenaar in contact treedt, maar om openbaarmaking van de naam in de zin van de Wob.
200601984/1(AB 2007, 24). De korpsbeheerder heeft derhalve op onjuiste grondslag geweigerd in zoverre een afschrift van de tweede mutatie te verstrekken.
200604139/1een veroordeling ten laste van het bestuursorgaan uitgesproken. Voor de gevraagde vergoeding is derhalve thans geen plaats.