ECLI:NL:RVS:2007:BB1408
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel bij herhaalde aanvraag zonder relevante nieuwe feiten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de Staatssecretaris van Justitie. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 4, eerste lid, van de Definitierichtlijn, waarin een samenwerkingsplicht is opgenomen voor asielzoekers om elementen ter staving van hun verzoek in te dienen. Appellant stelde dat deze plicht verder reikt en de staatssecretaris verplicht is om bij twijfel over de authenticiteit van documenten deskundigen in te schakelen.
De Raad van State oordeelde dat deze samenwerkingsplicht niet verder gaat dan het bieden van gelegenheid aan de vreemdeling om relevante elementen in te dienen en dat de staatssecretaris niet verplicht is om deskundigen in te schakelen om authenticiteit van documenten te onderzoeken. Verder werd bevestigd dat bij herhaalde aanvragen zonder nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen het beoordelingskader van eerdere beslissingen geldt. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.