Uitspraak
200502035/1 en 200502104/1, heeft de Afdeling het door appellanten sub 1 ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank met enige verbetering van gronden en de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank bevestigd.
200201760/1(Gst. 2003, 7182, 51) kunnen aan de ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime geringer is.
200502035/1 en 200502104/1met de rechtbank geoordeeld dat het college, op grond van de hem ter beschikking staande gegevens, zoals het rapport "Quickscan Albert Heijn Den Dolder" van Locatus van 4 oktober 2002, de conclusie heeft kunnen trekken dat een dreiging van duurzame ontwrichting van het voorzieningenbestand niet is aangetoond.
200506157/1(AB 2006, 183 en NJB 2006, 728), waarin de Afdeling heeft overwogen dat de tekst van het Blk 2005 noch de Nota van Toelichting hierop, enig aanknopingspunt bevat voor het standpunt dat wordt voldaan aan artikel 7, derde lid, onder a, van het Blk 2005 wanneer het aantal dagen dat de vierentwintig-uurgemiddelde grenswaarde wordt overschreden, gelijk blijft. Bepalend is of de concentratie zwevende deeltjes in de buitenlucht ten minste gelijk blijft. In haar reactie van 15 juni 2007 op het door appellanten sub 1 ingebrachte rapport van EW-Milieuadvies heeft het college zich op het standpunt gesteld dat een toename van het verkeer met 250 auto's kan leiden tot een maximale toename van 0,5 procent van de uitstoot PM10. Uit de rapporten noch uit andere stukken blijkt wat deze toename feitelijk betekent voor de concentratie. Daarom kan niet worden beoordeeld of de toename van de concentratie zodanig gering is dat zou kunnen worden geoordeeld dat - zoals aan de orde was in de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2006, zaak no.
200507534/1- er bij de toetsing aan artikel 7 van Pro het Blk 2005 geen betekenis aan behoeft te worden toegekend. Gelet hierop is onvoldoende gemotiveerd dat wordt voldaan aan artikel 7, derde lid, aanhef en onder a, van het Blk 2005.