ECLI:NL:RVS:2006:AU9843
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor voetbalstadion en beoordeling milieueffecten en luchtkwaliteit
Bij besluit van 25 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een vergunning aan Stadion Ontwikkeling B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een voetbalstadion. Diverse appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, onder meer vanwege de omvang van de inrichting, geluidshinder, verkeersafwikkeling en luchtkwaliteit.
De Raad van State oordeelde dat appellante sub 1 terecht beroep instelde, terwijl het beroep van appellante sub 5 slechts ontvankelijk was voor de gronden over de omvang van de inrichting en luchtkwaliteit. De Afdeling overwoog dat parkeerterreinen en commerciële ruimten niet tot de inrichting behoren omdat er geen organisatorische binding is met het stadion. Ook werd geoordeeld dat de vergunning voldoende voorschriften bevat om geluidshinder door de omroepinstallatie te beperken.
Ten aanzien van de verkeersafwikkeling concludeerde de Afdeling dat de motivering van verweerder voldoende was en dat het verkeer in Oud Voorburg niet direct aan de inrichting gerelateerd is. De toetsing van de luchtkwaliteit vond plaats conform het Besluit luchtkwaliteit 2005 en de Meetregeling, waarbij werd vastgesteld dat de bijdrage van het verkeer aan de concentratie zwevende deeltjes verwaarloosbaar is. De beroepen werden daarom, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningverlening voor het voetbalstadion worden, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard.