Uitspraak
200409368/1(Gst. 2006, 7243, 6).
200305190/1(BR 2004, p. 756) kon het college geen vrijstelling voor het project verlenen indien en voor zover het op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg zou staan. Nu vast staat dat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ten behoeve van de realisering van het FOC bij besluit van 20 augustus 2004 een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet heeft verleend voor het verstoren/vernielen van de van belang zijnde dier- en plantensoorten, kon het college zich in het besluit van 19 januari 2005 in redelijkheid op het standpunt stellen dat de toepasselijke bepalingen van de Flora- en faunawet niet aan de uitvoerbaarheid van het project en daarmee aan het verlenen van vrijstelling in de weg stonden.
200303896/1, 200303897/1 en 200303898/1, waaraan de rechtbank volgens hen ten onrechte voorbij is gegaan. Voorts blijkt volgens de stichtingen uit voornoemde memo van DHV dat de rapporten van Goudappel zijn gebaseerd op verouderde gegevens.
200409025/1kan op grond van de "Regeling mandaat, volmacht en machtiging Gedeputeerde Staten" het bureauhoofd namens de bevoegde gedeputeerde ondertekenen.
200507534/1- er bij de toetsing aan artikel 7 van Pro het Blk 2005 geen betekenis aan behoeft te worden toegekend. Het college is er ten onrechte van uitgegaan dat wordt voldaan aan artikel 7, derde lid, onder a, van het Blk 2005.