ECLI:NL:RVS:2007:BB2906
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling als belanghebbende bij aanvraag tewerkstellingsvergunning volgens EHRM-criteria
De Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) wees een aanvraag van de Groninger-Harense Hockey Club om een tewerkstellingsvergunning voor een vreemdeling af. Zowel de werkgever als de vreemdeling maakten bezwaar, maar de CWI verklaarde het bezwaar van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter bevestigde dit oordeel.
De vreemdeling stelde dat hij als belanghebbende moest worden erkend, verwijzend naar arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) die stellen dat de vreemdeling toegang tot de rechter moet hebben bij dergelijke besluiten. De Raad van State volgde dit standpunt en stelde dat het belang van de vreemdeling gelijkwaardig is aan dat van de werkgever bij een aanvraag van een tewerkstellingsvergunning.
De Raad van State vernietigde daarom de eerdere uitspraken en het besluit van de CWI, en beval een nieuw besluit waarbij het bezwaar van de vreemdeling in behandeling moet worden genomen. Tevens werd de CWI veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt eerdere uitspraken en besluit, en beveelt een nieuw besluit waarbij het bezwaar van de vreemdeling in behandeling wordt genomen.