Uitspraak
200507743/1, waar het de Afdeling niet heeft kunnen overtuigen, aldus appellanten. Volgens appellanten is bovendien niet voldaan aan de eis dat legalisatie op korte termijn mogelijk dient te zijn, nu de inrichting al sinds 5 oktober 2005 zonder vergunning in werking is.
200507743/1geen inhoudelijk oordeel over het rapport van 30 maart 2006 is gegeven. De Afdeling heeft in die uitspraak met betrekking tot dit rapport enkel geoordeeld dat het in die procedure niet meer kon worden gebruikt om het toenmalige bestreden besluit alsnog van een deugdelijke motivering te voorzien, nu het om meer ging dan alleen een nadere toelichting op onderzoeken die een rol hadden gespeeld bij het nemen van dat besluit en het rapport dateerde van kort voor de zitting bij de Afdeling. In hetgeen appellanten aanvoeren, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder op basis van de ten tijde van het bestreden besluit beschikbare gegevens, waaronder het rapport van 30 maart 2006, tot het oordeel had moeten komen dat zodanige twijfel bestond over de vergunbaarheid van de inrichting, dat het feit dat een ontvankelijke vergunningaanvraag voorlag in dit geval onvoldoende was om concreet uitzicht op legalisatie aan te kunnen nemen.