ECLI:NL:RVS:2007:BB7314
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kapvergunning bomen wegens onvoldoende motivering belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 23 november 2005 een vergunning voor het kappen van twee bomen op een perceel. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat op 28 april 2006 ongegrond werd verklaard door het college. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk omdat de bomen inmiddels gekapt waren en geen herplantplicht was opgelegd.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat hij wel degelijk een procesbelang had, omdat hij ook had verzocht om herplant of schadevergoeding. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
Verder stelde appellant dat het college ten onrechte geen rekening had gehouden met de belangen van andere appartementseigenaren en dat het college onjuist had aangenomen dat alleen de in de APV genoemde gronden tot weigering van de vergunning konden leiden. De Afdeling stelde vast dat het college de belangenafweging onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde het besluit van het college van 28 april 2006 wegens schending van artikel 7:12 Awb Pro.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet vaststaat of appellant schade heeft geleden. Het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en terugbetaling van griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college tot afwijzing van het bezwaar tegen de kapvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste belangenafweging.