ECLI:NL:RVS:2007:BB9493
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidieverstrekking aan SGP ondanks interne discriminatiebeleid
De Minister van Binnenlandse Zaken wees de subsidieaanvraag van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) voor 2006 af, omdat de partij vrouwen niet op gelijke voet toeliet als leden, wat volgens een civiel vonnis in strijd was met artikel 7 van Pro het Vrouwenverdrag. De rechtbank verklaarde het beroep van de SGP ongegrond en bevestigde de afwijzing.
De SGP stelde in hoger beroep dat de bestuursrechter een eigen beoordeling moet kunnen maken en dat de Minister de aanvraag niet louter op het civiele vonnis mocht baseren. Clara Wichmann e.a. werden als derde partij toegelaten vanwege hun collectieve belangen in het tegengaan van vrouwendiscriminatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 7, onderdelen a en c, van het Vrouwenverdrag een ieder verbindende kracht heeft, maar dat deze bepalingen ruimte laten voor een belangenafweging tussen gelijke behandeling en fundamentele vrijheden van politieke partijen. De wetgever heeft deze afweging gemaakt in de Wet subsidiëring politieke partijen (Wspp), waarbij stopzetting van subsidie slechts na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wegens discriminatie mogelijk is.
De Afdeling concludeerde dat de Minister gebonden was aan het civiele vonnis, maar dat de subsidieaanvraag niet mocht worden afgewezen op grond van het vonnis alleen. De aanvraag moet conform artikel 2 van Pro de Wspp worden behandeld, waarbij de Minister geen inhoudelijke afweging mag maken. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de Minister opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de SGP wordt gegrond verklaard en de Minister wordt opgedragen de subsidieaanvraag opnieuw te behandelen conform de Wet subsidiëring politieke partijen.