ECLI:NL:RVS:2007:BB9992
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die een vrijheidsontnemende maatregel jegens een vreemdeling onrechtmatig verklaarde. De maatregel was opgelegd op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en had tot doel de vreemdeling de toegang tot Nederland te weigeren.
De rechtbank had geoordeeld dat de maatregel onrechtmatig was omdat de voorafgaande aanwijzing niet volgens de juiste procedure was gegeven. De Raad van State stelt echter dat de rechtmatigheid van die aanwijzing alleen in de daarvoor bestemde administratieve procedure beoordeeld kan worden en niet door de rechter die over de vrijheidsontnemende maatregel oordeelt.
Verder overweegt de Raad dat het ontbreken van zicht op uitzetting of het mislukken van eerdere uitzettingspogingen geen grond is om de maatregel onrechtmatig te verklaren. De vreemdeling is verplicht Nederland onmiddellijk te verlaten ondanks de maatregel.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.