ECLI:NL:RVS:2007:BC0548
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen CBR-besluit over rijgeschiktheid
De stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft bij besluit van 21 april 2006 bepaald dat appellant zich moest onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit besluit werd bij besluit van 15 december 2006 gehandhaafd. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de zitting van 27 november 2007 bleek dat appellant inmiddels geschikt is bevonden voor het besturen van motorrijtuigen en zijn rijbewijs heeft behouden. Het CBR verklaarde dat geen nieuw onderzoek zal plaatsvinden. Omdat appellant geen schade heeft geleden en geen belang meer heeft bij de beoordeling van het geschil, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat de bestuursrechter alleen rechtsvragen kan beantwoorden binnen een bestaand geschil. Zonder belang kan geen uitspraak worden gedaan, ook niet over principiële vragen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer heeft bij het geschil.