ECLI:NL:RVS:2007:BD9601
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering ambtshalve verlening verblijfsvergunning buitenschuld
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 30 januari 2008 werd afgewezen. Tevens werd ambtshalve de verlening van een verblijfsvergunning regulier, een zogenoemde buitenschuld-vergunning, geweigerd omdat niet was aangetoond dat de vreemdeling buiten zijn schuld Nederland niet kon verlaten.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte het beroep tegen de weigering ambtshalve een verblijfsvergunning buitenschuld te verlenen niet-ontvankelijk had verklaard.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het ging om deze weigering en verklaarde het beroep tegen die weigering alsnog niet-ontvankelijk, omdat bezwaar niet was gemaakt tegen het primaire besluit. Het hoger beroep werd verder bevestigd voor het overige. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve weigering van de verblijfsvergunning buitenschuld wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt verder bevestigd.