ECLI:NL:RVS:2008:BC2494
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt Schouten
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
De vreemdeling kreeg op 3 november 2005 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 16 april 2007 door de staatssecretaris van Justitie ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter bevestigde dit in juli 2007. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat voorschrijft dat wanneer na het horen feiten of omstandigheden van aanmerkelijk belang voor het besluit bekend worden, belanghebbenden hierover moeten worden gehoord. De staatssecretaris baseerde zijn besluit op nieuwe gegevens van het UWV en verklaringen van de ex-partner van de vreemdeling die pas na de hoorzitting bekend werden. De vreemdeling kreeg geen gelegenheid om hierop te reageren.
De Raad van State oordeelde dat hierdoor de hoorplicht was geschonden en het besluit van 16 april 2007 in strijd met artikel 7:9 Awb Pro tot stand was gekomen. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot intrekking van de verblijfsvergunning is vernietigd wegens schending van de hoorplicht.