ECLI:NL:RVS:2008:BC3025
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag definitieve toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante verzocht om rechtsbijstand in de vorm van een toevoeging. De raad voor rechtsbijstand verleende aanvankelijk een voorwaardelijke toevoeging onder oplegging van een eigen bijdrage, maar wees de omzetting naar een definitieve toevoeging af wegens overschrijding van de wettelijke vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld, waarbij zij onder meer het vermogen van appellante en de in mindering te brengen schulden heeft onderzocht aan de hand van de Wet op de rechtsbijstand en het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand.
De Afdeling oordeelde dat de raad terecht de voorwaardelijke toevoeging heeft verleend met een eigen bijdrage van €64,00 en dat de omzetting naar een definitieve toevoeging terecht is geweigerd omdat het vermogen van appellante bij beëindiging van de rechtsbijstand de wettelijke grens overschrijdt. Tevens werd geoordeeld dat het belang van de rechtshulpverlener bij het besluit betrokken was en dat de rechtbank de zaak correct heeft behandeld.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; aanvraag definitieve toevoeging afgewezen wegens overschrijding vermogensgrens.