ECLI:NL:RVS:2008:BC6620
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid buiten behandeling stelling wijzigingsaanvragen verblijfsvergunning regulier
De vreemdelingen hadden bij hun aanvragen van 23 juni 2005 nagelaten het specifieke verblijfsdoel op te geven. De minister stelde hen bij brief van 5 augustus 2005 in de gelegenheid dit alsnog te doen, maar zij gaven hieraan geen gevolg. Daarom stelde de minister de aanvragen buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank had de besluiten vernietigd omdat zij meende dat de minister ten onrechte voorbij was gegaan aan een mogelijke aanspraak op voortgezet verblijf op basis van Besluit nr. 1/80. De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank niet heeft onderkend dat bij de beoordeling van de buiten behandeling stelling alleen de situatie ten tijde van het besluit van 29 augustus 2005 relevant is en dat latere feiten en omstandigheden niet meewegen.
De Raad van State stelt dat de minister niet verplicht was om ambtshalve een verblijfsdoel aan te geven en dat het aan de vreemdelingen was om dit bij hun aanvraag te doen. De grief van de staatssecretaris slaagt, het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.
Verder oordeelt de Raad dat de vreemdelingen niet terecht betogen dat zij ten onrechte niet zijn gehoord en dat de leges niet in strijd zijn met het Europees Vestigingsverdrag. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waarbij de beroepen van de vreemdelingen ongegrond worden verklaard.